NEDERLANDS
🇬🇧

    Afzondert

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • afzonderen

      Verb/'ɑfsɔndərən; 'ɑfsɔndərə/

      infinitief

      afzonderen

      tegenwoordige tijd

      zonder afafzonderzondert afafzondertzonderen afafzonderen

      verleden tijd

      zonderde afafzonderdezonderden afafzonderden

      tegenwoordig deelwoord

      afzonderendafzonderende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning