NEDERLANDS
🇬🇧

    Amputeren

    B1commonZipf 3.1

    werkwoord

    • amputeren

      Verb/ɑmpy'terən; ɑmpy'terə/

      infinitief

      amputeren

      tegenwoordige tijd

      amputeeramputeertamputeren

      verleden tijd

      amputeerdeamputeerden

      tegenwoordig deelwoord

      amputerendamputerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.