NEDERLANDS
🇬🇧

    Argumenteren

    uncommonZipf 2.8

    werkwoord

    • argumenteren

      Verb/ɑrɣymɛn'terən; ɑrɣymɛn'terə/

      infinitief

      argumenteren

      tegenwoordige tijd

      argumenteerargumenteertargumenteren

      verleden tijd

      argumenteerdeargumenteerden

      tegenwoordig deelwoord

      argumenterendargumenterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.