NEDERLANDS
🇬🇧

    Arriveren

    B1commonZipf 3.6

    werkwoord

    • arriveren

      Verb/ɑri'verən; ɑri'verə/

      infinitief

      arriveren

      tegenwoordige tijd

      arriveerarriveertarriveren

      verleden tijd

      arriveerdearriveerden

      tegenwoordig deelwoord

      arriverendarriverende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.