NEDERLANDS
🇬🇧

    Autoriseren

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • autoriseren

      Verb/ɔutori'zerən; otori'zerən; ɔutori'zerə; otori'zerə/

      infinitief

      autoriseren

      tegenwoordige tijd

      autoriseerautoriseertautoriseren

      verleden tijd

      autoriseerdeautoriseerden

      tegenwoordig deelwoord

      autoriserendautoriserende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning