NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Babbel(de)
    Common nounvriendschappelijk gesprek
  • 22Babbelen
    Verbgezellig praten
  • 33Babbel(de)
    Common nounkletspraatje of roddel

Browse

DictionaryVocabularyMy WordsRecent words
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇬🇧
  • 11Babbel(de)
    Common nounvriendschappelijk gesprek
  • 22Babbelen
    Verbgezellig praten
  • 33Babbel(de)
    Common nounkletspraatje of roddel
  1. NEDERLANDS
  2. /Dictionary
  3. /Babbelend
DictionaryBabbelend

Babbelend

  • debabbel

    Common noun

    vriendschappelijk gesprek

    1. een informeel en gezellig gesprek tussen mensenIk heb een leuke babbel met mijn buurvrouw.
    2. iemand die graag en veel praat, vaak op een vriendelijke manierMijn tante is een echte babbel.
  • babbelen

    Verb

    gezellig praten

    1. op een ontspannen manier met iemand praten over alledaagse dingenIk babbel graag met mijn buurvrouw.
    2. per ongeluk een geheim verklappen of te veel vertellenZe babbelt vaak per ongeluk geheimen uit.
  • debabbel

    Common noun

    kletspraatje of roddel

    1. een informeel en gezellig gesprek tussen mensenIk heb een leuke babbel met mijn buurvrouw.
    2. het vermogen of de neiging om veel te pratenMijn oma heeft altijd een babbel als ze koffie drinkt.

Related words

babbelbabbeldebabbeldenbabbelebabbelenbabbelendebabbelsbabbeltbabbeltjebabbeltjesgebabbeld

Keep learning

Most common Dutch wordsPractice