NEDERLANDS
🇬🇧

    Balanceert

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • balanceren

      Verb/balɑn'serən; balɑn'serə/

      infinitief

      balanceren

      tegenwoordige tijd

      balanceerbalanceertbalanceren

      verleden tijd

      balanceerdebalanceerden

      tegenwoordig deelwoord

      balancerendbalancerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning