NEDERLANDS
🇬🇧

    Balsem

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • balsemen

      Verb/'bɑlsəmən; 'bɑlsəmə/

      infinitief

      balsemen

      tegenwoordige tijd

      balsembalsemtbalsemen

      verleden tijd

      balsemdebalsemden

      tegenwoordig deelwoord

      balsemendbalsemende
    • de balsem

      Common noun/'bɑlsəm/

      enkelvoud

      balsembalsempje

      meervoud

      balsemsbalsempjes

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning