Beangstigde
uncommonZipf 2.6
werkwoord
beangstigen
Verb/bə'ɑŋstəɣən; bə'ɑŋstəɣə/infinitief
beangstigentegenwoordige tijd
beangstigbeangstigtbeangstigenverleden tijd
beangstigdebeangstigdentegenwoordig deelwoord
beangstigendbeangstigende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.