NEDERLANDS
🇬🇧

    Behappen

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • behappen

      Verb/bə'hɑpən; bə'hɑpə/

      infinitief

      behappen

      tegenwoordige tijd

      behapbehaptbehappen

      verleden tijd

      behaptebehapten

      tegenwoordig deelwoord

      behappendbehappende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning