NEDERLANDS
🇬🇧

    Beits

    uncommonZipf 2.0

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de/het beits

      Common noun/'bɛɪts/

      enkelvoud

      beits

      meervoud

      beitsen
    • beitsen

      Verb/'bɛɪtsən; 'bɛɪtsə/

      infinitief

      beitsen

      tegenwoordige tijd

      beitsbeitstbeitsen

      verleden tijd

      beitstebeitsten

      tegenwoordig deelwoord

      beitsendbeitsende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning