NEDERLANDS
🇬🇧

    Bekroonde

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de bekroonde

      Common noun/bə'krondə/

      enkelvoud

      bekroonde

      meervoud

      bekroonden
    • bekronen

      Verb/bə'kronən; bə'kronə/

      infinitief

      bekronen

      tegenwoordige tijd

      bekroonbekroontbekronen

      verleden tijd

      bekroondebekroonden

      tegenwoordig deelwoord

      bekronendbekronende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.