Bekt
uncommonZipf 2.4
snauwen; zoenen; uitspreekbaar zijn
bekken
Verb/'bɛkən; 'bɛkə/snauwen; zoenen; uitspreekbaar zijn
infinitief
bekkentegenwoordige tijd
bekbektbekkenverleden tijd
bektebektentegenwoordig deelwoord
bekkendbekkende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.