NEDERLANDS
🇬🇧

    Belopen

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het beloop

      Common noun/bə'lop/

      enkelvoud

      beloop

      meervoud

      belopen
    • belopen

      Verb/bə'lopən; bə'lopə/

      infinitief

      belopen

      tegenwoordige tijd

      beloopbelooptbelopen

      verleden tijd

      beliepbeliepen

      tegenwoordig deelwoord

      belopendbelopende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning