NEDERLANDS
🇬🇧

    Bemest

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • bemesten

      Verb/bə'mɛstən; bə'mɛstə/

      infinitief

      bemesten

      tegenwoordige tijd

      bemestbemesten

      verleden tijd

      bemesttebemestten

      tegenwoordig deelwoord

      bemestendbemestende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning