NEDERLANDS
🇬🇧

    Beneemt

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • benemen

      Verb/bə'nemən; bə'nemə/

      infinitief

      benemen

      tegenwoordige tijd

      beneembeneemtbenemen

      verleden tijd

      benambenamen

      tegenwoordig deelwoord

      benemendbenemende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning