Benijd
commonZipf 3.6
werkwoord
benijden
Verb/bə'nɛɪdən; bə'nɛɪdə/infinitief
benijdentegenwoordige tijd
benijdbenijdtbenijdenverleden tijd
benijddebenijddentegenwoordig deelwoord
benijdendbenijdende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.