NEDERLANDS
🇬🇧

    Benijd

    commonZipf 3.6

    werkwoord

    • benijden

      Verb/bə'nɛɪdən; bə'nɛɪdə/

      infinitief

      benijden

      tegenwoordige tijd

      benijdbenijdtbenijden

      verleden tijd

      benijddebenijdden

      tegenwoordig deelwoord

      benijdendbenijdende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.