Beplanten
uncommonZipf 2.2
werkwoord
beplanten
Verb/bə'plɑntən; bə'plɑntə/infinitief
beplantentegenwoordige tijd
beplantbeplantenverleden tijd
beplanttebeplanttentegenwoordig deelwoord
beplantendbeplantende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.