NEDERLANDS
🇬🇧

    Beplanten

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • beplanten

      Verb/bə'plɑntən; bə'plɑntə/

      infinitief

      beplanten

      tegenwoordige tijd

      beplantbeplanten

      verleden tijd

      beplanttebeplantten

      tegenwoordig deelwoord

      beplantendbeplantende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning