Bescheidden
bescheiden
Adjectiveniet opschepperig
- niet opschepperig of arrogant, maar eerder terughoudend in gedrag of uitsprakenHij gedraagt zich altijd bescheiden.
- niet groot of overdreven in omvang, hoeveelheid of uitstralingDe omvang van het cadeau was bescheiden, maar de gedachte erachter was groot.
- eenvoudig of sober, zonder luxe of overdaadDe kamer is ingericht met eenvoud.
hetbescheid
Common nounofficieel antwoord
- officiële mededeling of informatie over een beslissing of situatieDe directeur gaf bescheid over de nieuwe werktijden.
- antwoord of reactie op een vraag of verzoekIk geef een antwoord op je vraag.
- kennis of inzicht in een bepaalde zaak (vaak in de uitdrukking 'bescheid weten')Ik heb veel kennis over Nederlandse geschiedenis.
- kleine hoeveelheid drank (informeel, vooral in België)Ik neem een drankje na het werk.
bescheiden
Verbformeel geven
- zich tevreden stellen met minder dan mogelijk is; niet meer nemen of vragen dan nodigHij eet matig tijdens het buffet, hoewel er veel lekkere dingen zijn.
- zich beperken tot wat gezegd of gevraagd wordt; niet verder gaan dan nodigHij is altijd terughoudend als het over zijn privéleven gaat.
- (verouderd) iemand iets meedelen of laten weten, vaak in formele contextDe koning informeerde zijn volk over de nieuwe wet.