NEDERLANDS
🇬🇧

    Besproken

    top5000Zipf 4.0

    werkwoord

    • bespreken

      Verb/bə'sprekən; bə'sprekə/

      infinitief

      bespreken

      tegenwoordige tijd

      bespreekbespreektbespreken

      verleden tijd

      besprakbespraken

      tegenwoordig deelwoord

      besprekendbesprekende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.