NEDERLANDS
🇬🇧

    Bestrijk

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • bestrijken

      Verb/bə'strɛɪkən; bə'strɛɪkə/

      infinitief

      bestrijken

      tegenwoordige tijd

      bestrijkbestrijktbestrijken

      verleden tijd

      bestreekbestreken

      tegenwoordig deelwoord

      bestrijkendbestrijkende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning