NEDERLANDS
🇬🇧

    Bevoordeeld

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • bevoordelen

      Verb/bə'vordelən; bə'vordelə/

      infinitief

      bevoordelen

      tegenwoordige tijd

      bevoordeelbevoordeeltbevoordelen

      verleden tijd

      bevoordeeldebevoordeelden

      tegenwoordig deelwoord

      bevoordelendbevoordelende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning