NEDERLANDS
🇬🇧

    Bezinnen

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • bezinnen

      Verb/bə'zɪnən; bə'zɪnə/

      infinitief

      bezinnen

      tegenwoordige tijd

      bezinbezintbezinnen

      verleden tijd

      bezonbezonnen

      tegenwoordig deelwoord

      bezinnendbezinnende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.