NEDERLANDS
🇬🇧

    Bijtrekt

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • bijtrekken

      Verb/'bɛɪtrɛkən; 'bɛɪtrɛkə/

      infinitief

      bijtrekken

      tegenwoordige tijd

      trek bijbijtrektrekt bijbijtrekttrekken bijbijtrekken

      verleden tijd

      trok bijbijtroktrokken bijbijtrokken

      tegenwoordig deelwoord

      bijtrekkendbijtrekkende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning