NEDERLANDS
🇬🇧

    Binnentrekken

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • binnentrekken

      Verb/'bɪnəntrɛkən; 'bɪnətrɛkə/

      infinitief

      binnentrekken

      tegenwoordige tijd

      trek binnenbinnentrektrekt binnenbinnentrekttrekken binnenbinnentrekken

      verleden tijd

      trok binnenbinnentroktrokken binnenbinnentrokken

      tegenwoordig deelwoord

      binnentrekkendbinnentrekkende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning