Blameren
uncommonZipf 2.2
werkwoord
blameren
Verb/bla'merən; bla'merə/infinitief
blamerentegenwoordige tijd
blameerblameertblamerenverleden tijd
blameerdeblameerdentegenwoordig deelwoord
blamerendblamerende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.