NEDERLANDS
🇬🇧

    Blinderen

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • blinderen

      Verb/blɪn'derən; blɪn'derə/

      infinitief

      blinderen

      tegenwoordige tijd

      blindeerblindeertblinderen

      verleden tijd

      blindeerdeblindeerden

      tegenwoordig deelwoord

      blinderendblinderende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning