NEDERLANDS
🇬🇧

    Boemel

    uncommonZipf 2.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de boemel

      Common noun/'buməl/

      enkelvoud

      boemelboemeltje

      meervoud

      boemelsboemeltjes
    • boemelen

      Verb/'bumələn; 'bumələ/

      infinitief

      boemelen

      tegenwoordige tijd

      boemelboemeltboemelen

      verleden tijd

      boemeldeboemelden

      tegenwoordig deelwoord

      boemelendboemelende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.