NEDERLANDS
🇬🇧

    Boert

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; als boer werken; een boer laten

    • de boert

      Common noun/'burt/

      enkelvoud

      boert

      meervoud

      boerten
    • boeren

      Verb/'burən; 'burə/

      als boer werken

      infinitief

      boeren

      tegenwoordige tijd

      boerboertboeren

      verleden tijd

      boerdeboerden

      tegenwoordig deelwoord

      boerendboerende
    • boeren

      Verb/'burən; 'burə/

      een boer laten

      infinitief

      boeren

      tegenwoordige tijd

      boerboertboeren

      verleden tijd

      boerdeboerden

      tegenwoordig deelwoord

      boerendboerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.