NEDERLANDS
🇬🇧

    Cashen

    uncommonZipf 2.1

    (iets van waarde) te gelde maken

    • cashen

      Verb/'kɛʃən; 'kɛʃə; 'kɑʃən; 'kɑʃə/

      (iets van waarde) te gelde maken

      infinitief

      cashen

      tegenwoordige tijd

      cashcashtcashen

      verleden tijd

      cashtecashten

      tegenwoordig deelwoord

      cashendcashende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning