NEDERLANDS
🇬🇧

    Chambreren

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • chambreren

      Verb/ʃɑm'brerən; ʃɑm'brerə/

      infinitief

      chambreren

      tegenwoordige tijd

      chambreerchambreertchambreren

      verleden tijd

      chambreerdechambreerden

      tegenwoordig deelwoord

      chambrerendchambrerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning