NEDERLANDS
🇬🇧

    Chanteren

    commonZipf 3.6

    werkwoord

    • chanteren

      Verb/ʃɑn'terən; ʃɑn'terə/

      infinitief

      chanteren

      tegenwoordige tijd

      chanteerchanteertchanteren

      verleden tijd

      chanteerdechanteerden

      tegenwoordig deelwoord

      chanterendchanterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.