NEDERLANDS
🇬🇧

    Check

    top5000Zipf 4.1

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • checken

      Verb/'tʃɛkən; 'tʃɛkə/

      infinitief

      checken

      tegenwoordige tijd

      checkchecktchecken

      verleden tijd

      checktecheckten

      tegenwoordig deelwoord

      checkendcheckende
    • de check

      Common noun/'tʃɛk/

      enkelvoud

      checkcheckje

      meervoud

      checkscheckjes

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.