NEDERLANDS
🇬🇧

    Citytrip

    B1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de citytrip

      Common noun/'sɪtitrɪp/

      enkelvoud

      citytripcitytripje

      meervoud

      citytripscitytripjes
    • citytrippen

      Verb/'sɪtitrɪpən; 'sɪtitrɪpə/

      infinitief

      citytrippen

      tegenwoordige tijd

      citytripcitytriptcitytrippen

      verleden tijd

      citytriptecitytripten

      tegenwoordig deelwoord

      citytrippendcitytrippende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.