NEDERLANDS
🇬🇧

    Civiliseren

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • civiliseren

      Verb/sivili'zerən; sivili'zerə/

      infinitief

      civiliseren

      tegenwoordige tijd

      civiliseerciviliseertciviliseren

      verleden tijd

      civiliseerdeciviliseerden

      tegenwoordig deelwoord

      civiliserendciviliserende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning