NEDERLANDS
🇬🇧

    Completeren

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • completeren

      Verb/kɔmple'terən; kɔmple'terə/

      infinitief

      completeren

      tegenwoordige tijd

      completeercompleteertcompleteren

      verleden tijd

      completeerdecompleteerden

      tegenwoordig deelwoord

      completerendcompleterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning