NEDERLANDS
🇬🇧

    Compliceren

    B1uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • compliceren

      Verb/kɔmpli'serən; kɔmpli'serə/

      infinitief

      compliceren

      tegenwoordige tijd

      compliceercompliceertcompliceren

      verleden tijd

      compliceerdecompliceerden

      tegenwoordig deelwoord

      complicerendcomplicerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.