NEDERLANDS
🇬🇧

    Condenseert

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • condenseren

      Verb/; kɔndɛn'zerən; kɔndɛn'zerə; kɔndɛn'serən; kɔndɛn'serə/

      infinitief

      condenseren

      tegenwoordige tijd

      condenseercondenseertcondenseren

      verleden tijd

      condenseerdecondenseerden

      tegenwoordig deelwoord

      condenserendcondenserende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning