NEDERLANDS
🇬🇧

    Conditioneren

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • conditioneren

      Verb/kɔndiʃo'nerən; kɔndiʃo'nerə; kɔnditʃo'nerən; kɔnditʃo'nerə; kɔndisjo'nerən; kɔndisjo'nerə/

      infinitief

      conditioneren

      tegenwoordige tijd

      conditioneerconditioneertconditioneren

      verleden tijd

      conditioneerdeconditioneerden

      tegenwoordig deelwoord

      conditionerendconditionerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning