NEDERLANDS
🇬🇧

    Consolideren

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • consolideren

      Verb/kɔnsoli'derən; kɔnsoli'derə/

      infinitief

      consolideren

      tegenwoordige tijd

      consolideerconsolideertconsolideren

      verleden tijd

      consolideerdeconsolideerden

      tegenwoordig deelwoord

      consoliderendconsoliderende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning