NEDERLANDS
🇬🇧

    Controleer

    top5000Zipf 4.4

    werkwoord

    • controleren

      Verb/kɔntro'lerən; kɔntro'lerə/

      infinitief

      controleren

      tegenwoordige tijd

      controleercontroleertcontroleren

      verleden tijd

      controleerdecontroleerden

      tegenwoordig deelwoord

      controlerendcontrolerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.