NEDERLANDS
🇬🇧

    Controlerende

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord; adjectief

    • controleren

      Verb/kɔntro'lerən; kɔntro'lerə/

      infinitief

      controleren

      tegenwoordige tijd

      controleercontroleertcontroleren

      verleden tijd

      controleerdecontroleerden

      tegenwoordig deelwoord

      controlerendcontrolerende
    • controlerend

      Adjective/kɔntro'lerənt/

      stellende trap

      controlerendcontrolerendecontrolerends

      vergrotende trap

      controlerendercontrolerenderecontrolerenders

      overtreffende trap

      controlerendstcontrolerendste

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning