NEDERLANDS
🇬🇧

    Copuleren

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • copuleren

      Verb/kopy'lerən; kopy'lerə/

      infinitief

      copuleren

      tegenwoordige tijd

      copuleercopuleertcopuleren

      verleden tijd

      copuleerdecopuleerden

      tegenwoordig deelwoord

      copulerendcopulerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning