NEDERLANDS
🇬🇧

    Corresponderen

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • corresponderen

      Verb/kɔrəspɔn'derən; kɔrəspɔn'derə/

      infinitief

      corresponderen

      tegenwoordige tijd

      correspondeercorrespondeertcorresponderen

      verleden tijd

      correspondeerdecorrespondeerden

      tegenwoordig deelwoord

      corresponderendcorresponderende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning