NEDERLANDS
🇬🇧

    Corresponderende

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; adjectief

    • corresponderen

      Verb/kɔrəspɔn'derən; kɔrəspɔn'derə/

      infinitief

      corresponderen

      tegenwoordige tijd

      correspondeercorrespondeertcorresponderen

      verleden tijd

      correspondeerdecorrespondeerden

      tegenwoordig deelwoord

      corresponderendcorresponderende
    • corresponderend

      Adjective/kɔrəspɔn'derənt/

      stellende trap

      corresponderendcorresponderendecorresponderends

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning