NEDERLANDS
🇬🇧

    Defibrilleren

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • defibrilleren

      Verb/defibrɪ'lerən; defibri'lerə/

      tegenwoordige tijd

      defibrilleerdefibrilleertdefibrilleren

      verleden tijd

      defibrilleerdedefibrilleerden

      tegenwoordig deelwoord

      defibrillerenddefibrillerende

      voltooid deelwoord

      gedefibrilleerd

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning