NEDERLANDS
🇬🇧

    Desinfecteren

    uncommonZipf 2.7

    werkwoord

    • desinfecteren

      Verb/dɛsɪnfɛk'terən; dɛsɪnfɛk'terə/

      infinitief

      desinfecteren

      tegenwoordige tijd

      desinfecteerdesinfecteertdesinfecteren

      verleden tijd

      desinfecteerdedesinfecteerden

      tegenwoordig deelwoord

      desinfecterenddesinfecterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.