Deuken
uncommonZipf 2.7
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de deuk
Common noun/'døk/enkelvoud
deukdeukjemeervoud
deukendeukjesdeuken
Verb/'døkən; 'døkə/infinitief
deukentegenwoordige tijd
deukdeuktdeukenverleden tijd
deuktedeuktentegenwoordig deelwoord
deukenddeukende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.