NEDERLANDS
🇬🇧

    Dirigeren

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • dirigeren

      Verb/diri'ɣerən; diri'ɣerə/

      infinitief

      dirigeren

      tegenwoordige tijd

      dirigeerdirigeertdirigeren

      verleden tijd

      dirigeerdedirigeerden

      tegenwoordig deelwoord

      dirigerenddirigerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.