Doorgetrokken
uncommonZipf 2.7
verder trekken; door trekken weg doen gaan
doortrekken
Verb/'dortrɛkən; 'dortrɛkə/verder trekken; door trekken weg doen gaan
infinitief
doortrekkentegenwoordige tijd
trek doordoortrektrekt doordoortrekttrekken doordoortrekkenverleden tijd
trok doordoortroktrokken doordoortrokkentegenwoordig deelwoord
doortrekkenddoortrekkende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.